Alles draait om geld en seks...
Ja, alles draait om seks en om geld. Ook in het religieuze wereldje. Daar moet je niet gek van opkijken, want dat is precies waar de eerste christenen 2000 jaar gelden ook al voor waarschuwden. "Weet wel dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen" schreven ze.
Want de mensen zullen egoïstisch zijn, gek op geld, arrogant en hoogmoedig...met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van godsdienstigheid de kracht daarvan verloochenen. Houd zulke mensen op een afstand. Want dat zijn degenen die de huizen binnendringen en vrouwtjes weten in te palmen. Ze luisteren graag naar goede preken, maar ze doen er niets mee. Ze sluiten zich af voor de waarheid. Het denken is bij die mensen grondig bedorven en hun geloof kan de proef niet doorstaan...
Ze hebben ogen die altijd uitzien naar een vrouw die overspel wil bedrijven en ze houden nooit op met zondigen. Ze proberen vat te krijgen op degenen die zwak in hun schoenen staan en ze zijn volleerd in de hebzucht... Met hoogdravende en vrome praatjes weten ze degenen te verleiden die nog maar net hun oude, verkeerde leven de rug hebben toegekeerd. Ze beloven hen vrijheid, terwijl ze zelf verslaafd zijn aan hun eigen lage begeerten.
Ik zal je maar besparen wat Petrus nog verder nog over ze schrijft, maar tenslotte vergelijkt hij ze met honden die teruggekeerd zijn naar hun uitbraaksel! Over honden gesproken, ik stond eens te praten met iemand die een hond bij zich had. Onder het gesprek zag ik dat die hond misselijk werd en begon te braken. Ik ging maar gauw zó staan dat ik er niet naar hoefde te kijken. Maar onder het praten keek ik per ongeluk toch nog even naar dat beest. En wat zag ik? Die smeerkees was het weer aan het opvreten! Wat is dat een smerig gezicht! Ik werd er zelf bijna misselijk van! Volgens Petrus zijn er mensen die op zo'n hond lijken. Die zijn ooit eens gelovig geworden en hebben toen in hun enthousiasme alles uit hun leven weggedaan wat er niet in thuis hoorde. Maar na een tijdje zakte het enthousiasme een beetje en pakten ze het één na het ander toch maar weer op. Ze keerden terug naar hun uitbraaksel om zo te zeggen. "Och, je moet het niet al te nauw nemen!" zeiden ze tegen zichzelf en tegen anderen. "Dan wordt het allemaal zo krampachtig en dat kan ook de bedoeling niet zijn. Niemand is tenslotte volmaakt. God vergeeft het wel. Dat is tenslotte zijn specialiteit! Eigenlijk is er maar één verschil met ongelovigen: Een gelovige geeft toe dat hij vergeving nodig heeft en dat doet een ongelovige niet. Verder zijn ze precies hetzelfde!" En ondertussen kan er dan weer van alles mee door! Vaak nog veel meer dan bij iemand die helemaal niet gelovig is. Dan draait alles toch weer om geld en seks, net als bij iedereen, ondanks het christelijke etiketje dat erop geplakt wordt.
Nou, je begrijpt wel dat dat maar heel weinig meer met het oorspronkelijke christendom te maken heeft. De eerste christenen beleefden dat wel even anders! Om nog even bij dat voorbeeld te blijven met die hond: het was natuurlijk niet voor niks dat die hond misselijk werd. D'r zat wat in z'n maag wat er niet in thuis hoorde. En dat moest eruit. Maar wat gebeurde er met die lege maag? Die ging rammelen natuurlijk. Met de bedoeling dat er iets goeds in zou komen! Wanneer dat beest toen een lekker stuk vlees te pakken had gekregen, dan zou die echt geen zin meer hebben gehad om terug te keren tot z'n uitbraaksel!
't Is wel niet zo'n smakelijk voorbeeld van die hond, maar het laat wel duidelijk zien wat je moet doen als je christen wordt. Natuurlijk moet je je laten verlossen van alles wat er niet deugt bij je. Dat is een enorme bevrijding. Maar daar moet wel wat anders voor in de plaats komen! Want als je alles kwijt raakt wat niet deugt, dan laat dat wel een behoorlijke lege plek achter in je leven. En die moet worden opgevuld. Als dat niet gebeurt, dan krijg je honger. Dan gaat je geestelijke maag rammelen. En het gevaar is dan groot dat je weer gaat terugverlangen naar datgene waar je nou net van verlost bent!
Het is weer de tijd van Pinksteren. Dat is niet alleen een christelijk feest. De joden vieren dat feest ook. Dan gedenken ze de dag dat ze de wet ontvingen, de Tien Geboden. Dat zijn de tien verkeersregels voor een goed verkeer met God en met elkaar. Misschien ken je ze wel: geen andere goden en geen beeldenverering; geen gevloek, oneerlijkheid of diefstal; eerbied voor het leven, voor je ouders en voor het huwelijk; geen jaloersheid of hebzucht en per week één dag rust. Maar als christenen vieren we met Pinksteren wat anders. Dan denken we aan de dag dat de Geest van Jezus voor het eerst voor iedereen binnen bereik kwam. Dat gaat nog veel verder dan die tien leefregels uit de Tien Geboden. Als je de Geest van Jezus toelaat in je leven, dan wordt je namelijk verbonden met Jezus zelf. Dan kun je je door Hem laten inspireren. Het gevolg is dan dat je heel anders gaat reageren op de dingen om je heen. Dan komt om zo te zeggen Gods wet in je hart en in je verstand. Je krijgt van binnen uit een afkeer van alles wat niet deugt, en je gaat verlangen naar alles wat goed is. En het mooie is dat er dan ook een eind komt aan het onvermogen om dat in praktijk te brengen. Je krijgt de kracht om het goede te doen en om nee te zeggen tegen datgene wat je leven verziekt. Daardoor krijgt je leven een totaal andere invulling. Dan draait het niet langer meer om geld en seks.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je dan geen geld meer nodig zou hebben, of dat er geen plaats meer zou zijn voor je seksualiteit. Maar daar ga je gewoon heel anders mee om. Je laat je er niet meer door beheersen. Je wilt je laten beheersen door de Geest van Jezus. Dat is dus de betekenis en de bedoeling van Pinksteren!

